|
65
PREVENTIE VAN DE DIABETISCHE VOET
M. van Putten
Ter inleiding
Preventie van diabetische ulcera is de doelstelling, die iedere gezondheidszorgwerker,
die in aanraking komt met de diabetische voet, dient na te streven.
Daartoe is kennis van de risicofactoren van de diabetische voet onontbeerlijk.
In deze bijdrage wordt dan ook eerst aandacht besteed aan de diabetische
voet en de risicofactoren, om daarna te komen tot een goed preventief
advies.
Kennis en vaardigheden gaan in dit geval letterlijk hand in hand. De professional
die veel diabetes patiënten ziet, moet niet alleen theoretische kennis
bezitten, maar ook over vaardigheden beschikken om eventueel aanwezige
risicofactoren te kunnen opsporen.
Tot slot zal als onderdeel van de preventieve maatregelen een voetverzorgingsadvies
en een schoenadvies worden gegeven en worden toegelicht.
De diabetische voet
Onder een diabetische voet wordt verstaan een verscheidenheid aan voetafwijkingen
die ontstaan ten gevolge van neuropathie, vaatafwijkingen, ‘limited
joint mobility’ en andere gevolgen van metabole stoornissen, die meestal
in combinatie voorkomen bij patiënten met diabetes mellitus (Definitie
Richtlijnen CBO/NDF 1998). Van alle diabetespatiënten krijgt één op de
vier te maken met een voetprobleem. Van hen krijgt 10-25% een ulcus. Een
diabetisch ulcus kenmerkt zich door geen of een slechte genezingstendens.
Veel patiënten hebben recidiverende ulcera en in deze groep leidt dat in 40%
van de gevallen tot amputatie variërend van een amputatie van een teen tot
een bovenbeenamputatie aan toe.
De oorzaken van een diabetische voet zijn te onderscheiden in:
1. zenuwbeschadiging of neuropathie
2. vaatproblemen of (macro-)angiopathie
3. beperkte gewrichtsbeweeglijkheid of ‘limited joint mobility’
Als gevolg van deze oorzaken ontstaan de volgende risicofactoren:
66
- De voet wordt ongevoelig, waardoor het waarschuwingssignaal dat er
iets mis is, wegvalt. Dit wordt sensibele of sensorische of gevoelsneuropathie
genoemd.
- De vorm van de voet kan veranderen (holle voet, klauwtenen) door uitval
van de kleine voetspiertjes (motorische neuropathie) en doorgemaakte
ulcera en ontstekingen. De belastbaarheid van de voet neemt af,
de voet wordt kwetsbaarder, met name de voetzool en aan die zijden
van de voet waar de schoen de voet omsluit. De (bio)mechanische stress
op de voet neemt toe. Een kwetsbaarder voet wordt blootgesteld aan
grotere stress waardoor de voet snel structureel overbelast zal worden.
- De huid van een diabetische voet is kwetsbaarder, zowel door (autonome)
neuropathie, waardoor de huid uitdroogt, schilferig wordt en makkelijk
kapot gaat, en door de vaatproblemen, waardoor wondjes slechter
genezen.
- Een verminderde doorbloeding maakt de huid dun, waardoor eerder
wondjes en ulcera zullen ontstaan.
- Door de afname van beweeglijkheid in de gewrichten vermindert de
flexibiliteit van de voet. Mede hierdoor kan de druk op de voet bij het
afwikkelen groter worden, met name bij een nog redelijk normaal gangpatroon
Biomechanische stress
‘Mechanica’ is de leer van het bewegen; de term biomechanica duidt op de
leer van het bewegen in complexe organismen. De term stress kan hier op
twee manieren gebruikt worden. In natuurkundige zin betekent het druk per
oppervlakte en deze druk is vaak veel te hoog bij de diabetische voet. De
term stress kan in dit geval ook in andere zin gebruikt worden, namelijk dat
door de vormveranderingen van de voet, de stijfheid van de voet en enkel in
combinatie met de gevoelsstoornissen de voet ‘bedreigd’ wordt en aan grote
stress wordt blootgesteld.
Van groot belang is de wetenschap, dat de essentiële factoren bij het ontstaan
van een diabetische wond de combinatie is van sensibele neuropathie (uitval
van het gevoel) en (bio)mechanische stress. De term ‘verlies van de beschermende
sensibiliteit’ is te definiëren als het verlies van het oppervlakkige
gevoel, waardoor micro-traumata, die leiden tot weefselbreuk niet worden
opgemerkt. Voorbeeld van een micro-trauma is een klein steentje in de
schoen, wat tijdens het wandelen niet wordt gevoeld. Pas nadat de patiënt,
meestal pas ‘s avonds, de schoenen uittrekt en een bebloede sok ziet, heeft
hij of zij in de gaten, dat er iets in de schoen moet hebben gezeten.
Uit onderzoek is gebleken, dat dit soort micro-traumata niet de grootste veroorzakers
zijn van diabetische wonden, maar vooral de herhaalde, kleine
67
traumata tijdens het gewone gaan in het dagelijks leven. De interactie tussen
de voet en de schoen (of de vloer bij een ongeschoeide voet) kan bij een
misvormde en gevoelloze voet al snel te veel zijn. Slecht passend schoeisel
is daar vaak de grootste boosdoener bij. In de praktijk blijkt, dat 70% van
alle diabetespatiënten te kleine schoenen draagt! Dat de patiënt vaak een
slecht passende schoen heeft wordt in de hand gewerkt door de sensibele
neuropathie: daar waar men gewend is om te ‘voelen’ of een schoen goed
past, zal dit bij vermindering of afwezigheid van het oppervlakkige gevoel
leiden tot het kopen van te kleine schoenen. Immers, pas zodra de schoen
knelt, zal men voelen en dit interpreteren als goed passen.
Het gebruik van vaak relatief eenvoudige meetapparatuur om de juiste lengte
van de schoen te bepalen kan een belangrijk hulpmiddel zijn
Oorzaken voor verhoogde druk onder de voet
Typische neuropathische ulcera treden vooral op bij plaatsen met verhoogde
druk op de voetzool, Vaak zijn dat de metatarsale kopjes of de hallux. Plaatsen
waar ofwel de beschermende weke weefsels (bijvoorbeeld vetkussens)
verdwenen of verschoven zijn, ofwel de voet abnormaal is gaan functioneren,
lopen in het bijzonder gevaar. Het ontstaan van standsafwijkingen van
het skelet (bijvoorbeeld klauwtenen) wordt veelal veroorzaakt door de motorische
neuropathie. Door de klauwtenen wordt het metatarsale vetkussen verschoven
waardoor de metatarsale kopjes dichter onder de huid komen te liggen.
De voet wordt vaak wat korter waardoor het oppervlak afneemt en dus
de druk toeneemt. Door het verschuiven van het vetkussen zijn de weefsels
die dit op moeten vangen er minder geschikt voor. Door deze combinatie van
factoren zal gemakkelijk de huid kapot gelopen worden bij het ontbreken
van de beschermende pijnzin.
Daarnaast kan de voet ook ernstig gedeformeerd worden door een zogenaamde
neuro-osteo-arthropathie. We spreken dan van een Charcot voet.
Door het ontbreken van de pijnsensatie in combinatie met micro-traumata
kunnen kleine fracturen ontstaan in het bot en als de patiënt gewoon door
blijft gaan met de voet te belasten door de afwezige pijnsensatie, kan er een
ineenzakking ontstaan van het voetskelet. Dit kan vrij dramatische vormveranderingen
op korte termijn veroorzaken en in de acute fase zelfs sterk op
een diepe infectie lijken. Is de Charcot eenmaal tot rust gekomen, dan is er
vaak een gedeformeerde voet met een sterk abnormaal belastingspatroon.
68
(Stands)afwijkingen die bij een diabetische voet vaker voorkomen zijn:
- Klauwtenen en een holvoet
Ten gevolge van de motorische neuropathie, waarbij de kleine voetspiertjes
uitvallen, krijgen de lange onderbeenspieren de overhand, met als
gevolg het in een klauwstand ‘trekken’ van de tenen. Door deze overheersing
van onderbeenspieren wordt de voet tevens in een holle stand
‘getrokken’.
- Verschuiving van het plantaire vetkussen
Ten gevolge van het ontstaan van klauwtenen, wordt het plantaire vetkussen,
dat zich bevindt onder de kopjes van de middenvoetsbeentjes,
naar voren verplaatst. Hierdoor verdwijnt het schokdempende effect van
dit vetkussen en neemt de kans op ulceraties onder de bal van de voet
enorm toe. Dit is één van de belangrijkste redenen, waarom er zoveel
plantaire wonden ontstaan onder de kopjes van de middenvoetsbeentjes!
- Verminderde gewrichtsbeweeglijkheid
Ten gevolge van diabetes ontstaat een verstijving van bindweefselstructuren
door het hele lichaam. De consequenties voor de voet zijn vrij
ingrijpend: de voet verliest een groot deel van zijn mobiliteit en vooral
het vermogen om zich aan te passen aan allerlei omstandigheden en ondergronden.
De soepele voet wordt een stijve voet!
- Eeltvorming
Overmatige eeltvorming is een uiting van overmatige mechanische
stress. Een teveel aan eelt dient altijd te worden verwijderd, omdat eelt
op zich al een oorzaak is van verhoging van de plantaire druk. Zo is onderzocht,
dat slechts een weinig teveel aan eelt al een stijging van 26%
aan plantaire druk geeft. Onder het eelt kunnen gemakkelijk blaren ontstaan
wat uiteindelijk vaak leidt tot ulcera.
Het verwijderen van eelt dient bij voorkeur te worden gedaan door een
deskundige. Dit kan een voetverzorger met aantekening diabetische voet
of een podotherapeut zijn. Beiden zijn bekend met de mogelijke negatieve
gevolgen van diabetes mellitus op de voet en kunnen hiermee rekening
houden.
Nadelen van het door de patiënt zelf verwijderen van eelt kunnen zijn:
- niet al het eelt wordt verwijderd. Hierdoor blijft het risico bestaan
dat de huid kapot gaat en er een wond ontstaat (die mogelijk
slecht geneest)
69
- het eelt wordt te ruim verwijderd, waardoor de gezonde huid
kapot gemaakt wordt, met alle gevolgen van dien
- huidproblemen, die zich onder het eelt afspelen (een pre-ulcus
genoemd) worden niet onderkend
Kortom, het onoordeelkundig verwijderen van eelt kan het begin zijn
van veel ellende voor de patiënt.
Schoeisel
Het belang van goed schoeisel, zowel ter preventie van wonden, als in de
genezingsfase en daarna is vanzelfsprekend. Met goed schoeisel wordt met
name bedoeld goed passende schoenen, aangepast aan de vorm, lengte,
breedte en hoogte van de voet. In de paragraaf over preventieve maatregelen
wordt een goed schoenadvies gegeven, dat eenvoudig aan de patiënt kan
worden uitgelegd of in kopie kan worden meegegeven. In het kader van mechanische
stress is het van belang te weten, dat zeker 70%(!) van alle diabetische
wonden een oorzakelijke factor hebben in de gedragen schoenen; de
veranderende voet past niet meer goed in een “gewone”confectieschoen.
Goed om te weten is wellicht ook, dat een sportschoen bij een patiënt met
een beginnende neuropathie en een nog tamelijk normale voetvorm, een ideaal
schoenadvies is. Sportschoenen, waarbij uitgegaan wordt van merksportschoenen
in de prijsklasse van €45,= tot € 70,=, voldoen aan alle eisen die
aan een goede schoen gesteld moeten worden en hebben daarnaast de volgende
extra voordelen:
- De teenpartij heeft meer hoogte dan confectieschoenen eventuele
klauwtenen hebben meer ruimte
- De extra tussenlaag (gel, air en dergelijke) geeft extra schokdemping.
Voor de kwetsbare diabetische voet is dit een goede toegevoegde waarde
- De vaak brede hak geeft ook vaak extra stabiliteit.
Gezien de ruime keuze, ook in bedekte kleuren als zwart en bruin, is een
sportschoen zeker een goed schoenadvies bij een relatief normale voet. Zijn
er eenmaal vormafwijkingen en/of recidiverende ulceraties dan zal vaak een
aangepaste schoen nodig zijn in de vorm van een semi-orthopedische schoen
of een orthopedische schoen. De eerste is een halffabrikaat. De leest is vaak
niet veel breder dan bij een confectieschoen, echter de schoen is wel dieper
waardoor de schoentechnicus veel meer mogelijkheden heeft om een goed
passend supplement te vervaardigen. Een orthopedische schoen wordt volledig
op maat gemaakt op basis van een gipsafdruk van de voet.
70
Het screenen op risicofactoren
Voor iedere professional is het van groot belang dat men weet waarop men
moet letten bij het ter hand nemen van de diabetische voet. Een korte screening
van de voet houdt het volgende in:
1. Inspectie op roodheid, eeltvorming en/of de aanwezigheid van wond(jes)
op de voet.Alleen door te weten waarnaar men dient te kijken, krijgt men
al een goede indruk van de status van de voet van een diabetespatiënt.
2. Palpatie naar een eventueel temperatuursverschil tussen beide voeten.
Een temperatuursverschil kan duiden ofwel op het bestaan van vaatproblematiek
(een te koude voet) ofwel op het bestaan van autonome neuropathie
of infectie (een te warme voet). Voor de verpleegkundige is het
niet mogelijk deze diagnose te stellen, echter een geconstateerd temperatuurverschil
tussen rechter- en linkervoet dient altijd te leiden tot een
verwijzing naar de behandelend arts voor nader onderzoek.
3. Palpatie naar de aanwezigheid van pulsaties van de slagaderen op de
voetrug (a. dorsalis pedis) of achter de binnenenkel (a. tibialis post.). Het
niet voelen van pulsaties in combinatie met een koude voet en een roodachtige,
glanzende dunne huid wijst op mogelijke vaatproblemen. Het
niet voelen van de pulsaties, terwijl de huid een normaal aspect heeft en
de temperatuur van de voet ook normaal is, is veel minder alarmerend.
4. Het oppervlakkige gevoel kan eenvoudig getest worden met behulp van
een Semmes-Weinstein monofilament van 10 gram. Dit eenvoudige
meetinstrument, gemakkelijk toe te passen en te interpreteren, geeft inzicht
in het bestaan van een sensibele stoornis van het oppervlakkige gevoel.
Wordt het SW-monofilament van 10 gram niet gevoeld op meerdere
plaatsen op de voet, dan heeft de patiënt een verhoogd risico op het
ontstaan van diabetische ulcera en is extra voorzichtigheid geboden.
5. Het diepe gevoel, bepalend voor het feit of de voet zich kan aanpassen
aan de ondergrond waarop men loopt, wordt getest met behulp van een
128 Herz stemvork . Het kunnen waarnemen van de trillingen van de
stemvork gedurende tenminste 10 seconden op zowel het kopje van het
eerste als van het vijfde middenvoetsbeentje geeft aan of dit diepe gevoel
in orde is.
6. Door de patiënt te vragen de bidstand van de handen (‘prayer’s sign’),
waarbij de handen in 90° worden gebracht ten opzichte van de onderarmen,
aan te nemen, kan men eenvoudig testen of er sprake is van beperkte
gewrichtsbeweeglijkheid of ‘limited joint mobility’. Aangezien
71
een eventueel aanwezige beperkte gewrichtsbeweeglijkheid niet alleen
geldt voor de handen, maar geldt voor alle gewrichten van het lichaam,
zal, bij een positieve uitslag van deze test, extra aandacht aan de voeten
besteed moeten worden. Immers, zoals boven beschreven, zal dit direct
consequenties hebben voor het functioneren van de voet.
7. Tot slot dienen de schoenen van de patiënt bekeken te worden. Zowel
de lengte, de breedte, de hoogte en de pasvorm dienen beoordeeld te
worden. Bij het niet adequaat zijn van het schoeisel dient een dringend
schoenadvies te worden gegeven.
De uitkomst van de screening, is er sprake van een risicovoet of niet bij deze
diabetespatiënt en zo ja in welke mate, bepaalt hoe frequent de patiënt terug
dient te worden gezien. Tevens moet beoordeeld worden of het nodig is om
andere deskundigen (zoals bijvoorbeeld de podotherapeut, pedicure, vaatchirurg,
orthopedisch chirurg, revalidatiearts, schoentechnicus, internist, fysiotherapeut,
al dan niet samenwerkend in een diabetes voetenteam) dienen te
worden ingeschakeld. Hierop zal in de paragraaf over preventieve maatregelen
nader op worden ingegaan.
De 12 belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van een diabetisch ulcus
aan de voet zijn:
1) Een eerder doorgemaakt ulcus
2) Ouder worden
3) Vaatproblemen in de benen (angiopathie)
4) Zenuwaandoening (neuropathie)
5) Structurele vormveranderingen van de voet en beperkte gewrichtsbeweeglijkheid
6) Een futloze, ongeïnteresseerde patiënt (!)
7) Duur van de diabetes
8) Mannelijk geslacht
9) Oogproblemen
10) Nierproblemen
11) Alleenstaande oudere
12) Laag sociaal milieu
Dit lijstje vergt wellicht enige toelichting.
De futloze ongeïnteresseerde patiënt weigert in te zien, hoe ernstig zijn of
haar probleem is. Dit is de patiënt, die afspraken gemakkelijk vergeet en ook
laat weten niet echt geïnteresseerd te zijn in uw voorlichtingspraatje(s) en –
folders. Hij/zij doet nogal luchtig over zijn/haar voeten: “Ik voel niets, dus ik
heb niets!”.Van alleenstaande ouderen en mensen levend in een laag sociaal
72
milieu is bekend, dat zij meer risico hebben op het ontstaan van een ulcus.
Het is dan ook goed te weten, hoe uw patiënten leven, wie ze bijstaan en wie
u eventueel in uw voorlichting kunt betrekken.
Last but not least is het goed om stil te staan bij eventueel aanwezige oogproblemen
bij uw diabetespatiënten: visusproblemen zijn een andere bekende
langetermijncomplicatie van diabetes. Indien de visus van uw patiënt zodanig
achteruit gaat, dat hij/zij niet meer in staat is de eigen voeten dagelijks
te inspecteren, dan is er een ander probleem gerezen! Het dagelijks inspecteren
van de eigen voeten is namelijk een eis die u gaat stellen aan alle diabetespatiënten.
Kan een patiënt dit niet zelf, dan zullen er maatregelen genomen
moeten worden om dit toch te realiseren, zoals het inschakelen, van een
partner, familie of burenhulp.
Preventieve maatregelen
Er zijn vier preventieve maatregelen, waar ten alle tijden aandacht aan besteed
moet worden:
1) Het geven van voorlichting
2) Het geven van voetverzorgingsadvies
3) Het geven van een schoenadvies
4) Het jaarlijks screenen op risicofactoren
Aan alle vier de factoren zal hieronder extra aandacht besteed worden.
Ad 1: Het geven van voorlichting
Voorlichting geven is meer dan het 1x noemen van de gevaren voor de diabetische
voet! Iedereen die vanuit professioneel oogpunt in aanraking komt
met diabetespatiënten zou aandacht moeten besteden aan de voeten en de
risico’s die daarmee verbonden zijn. Van groot belang daarbij is, dat iedereen
aan de patiënt eenzelfde verhaal vertelt. Niets is verwarrender voor een
patiënt, dan dat hij/zij bij de dokter, de (diabetes)verpleegkundige en de
voetverzorger andere dingen hoort. Onderlinge afstemming en het functioneren
in een team, is dan ook van groot belang.
Het geven van voorlichting kan op verschillende manieren gebeuren:
- Mondeling
- Folders meegeven
- Videofilm tonen
- Groepsgesprekken organiseren
- Cursussen geven
73
Belangrijk is het herhalingsmoment: telkens weer nagaan of de patiënt goed
heeft begrepen en heeft onthouden waarom het gaat.
Ad 2: Het geven van een voetverzorgingsadvies
Thuis dient de patiënt de volgende punten uit te voeren:
- Dagelijks de voeten inspecteren
- Dagelijks de voeten wassen met lauw water
- De voeten goed afdrogen, ook tussen de tenen, en insmeren met babyolie
- Nooit voetbaden nemen indien de huid kapot is, of indien er sprake is
van voetschimmel en/of eczeem
- Nooit op blote voeten lopen indien er sprake is van risicovoeten
- Niet zelf likdoorns en/of eelt verwijderen
- Nagels recht afknippen
- Wollen of katoenen sokken dragen, zonder naden over de tenen
- Panty’s binnenste buiten dragen, zodat de naden niet in de voet drukken
Ook deze adviezen kunnen/moeten op papier aan de patiënt worden meegegeven,
echter niet eerder dan dat alle punten zijn toegelicht en/of zijn voorgedaan.
Ad 3: Het geven van een schoenadvies
Het standaard schoenadvies voor diabetespatiënten ziet er als volgt uit:
1. Inspecteer dagelijks uw schoenen, met de hand, op het eventueel aanwezig
zijn van onregelmatigheden (steentje, naden, opgerolde zool, e.d.)
2. De hakhoogte van de schoen mag maximaal 2-3 cm zijn.
3. Het draagvlak van de schoen (en zeker dat van de hak) dient breed te
zijn
4. De schoen moet op de wreef gesloten kunnen worden door middel van
een veter- of klittebandsluiting
5. De hiel (= contrefort van de schoen) dient stevig te zijn
6. De schoen moet de juiste lengte, breedte en hoogte (vooral bij het bestaan
van klauwtenen) hebben
7. De schoen mag geen voelbare naden en/of stiksels aan de binnenkant
hebben
8. Koop uw schoenen aan het eind van de middag en niet ’s morgens vroeg
9. Het dragen van sportschoenen is goed advies voor kwetsbare voeten van
diabetespatiënten met een niet gedeformeerde voet
10. Bij twijfel: laat uw schoenen controleren door een podotherapeut of orthopedisch
schoenmaker. Voor ingewikkelder situaties is het verstandig
een orthopeed of revalidatiearts het probleem voor te leggen.
74
Ad 4: Het jaarlijks screenen op risicofactoren:
Net als een halfjaarlijkse screening van ons gebit gemeengoed is geworden
in onze samenleving, zou het jaarlijks screenen van de voeten van diabetespatiënten
eenzelfde routine moeten worden. Deze screening dient te worden
uitgevoerd door een deskundige. Dat kan een arts zijn die zich speciaal met
deze problematiek bezig houdt of, bij de minder ernstig gedeformeerde voet,
een podotherapeut. De podotherapeut is een wettelijk erkende paramedicus
met een vierjarige HBO-opleiding die niet verward moet worden met een
podoloog, podo-kinesioloog, etc.
Naast de podotherapeut zal de voetverzorger met diabetes aantekening én de
(diabetes) verpleegkundige in staat moeten zijn risicofactoren te onderkennen.
Op basis van bevindingen zal hij/zij de patiënt moeten adviseren om
nadere hulp te zoeken voor eventuele voetproblemen.
In september 1998 zijn de Richtlijnen Diabetische voet uitgekomen
(CBO/NDF publicatie), waarbij de volgende controlefrequentie wordt aangeraden:
Klasse Risicoprofiel Controlefrequentie
0 Geen sensibele neuropathie 1x/jaar
1 Sensibele neuropathie 1x/6 maanden
2 Sensibele neuropathie met en/of angiopathie en/of
voetvormveranderingen
1x/3 maanden
3 Doorgemaakt ulcus 1x/1-3 maanden
Multidisciplinaire aanpak
Bij de behandeling van diabetespatiënten zijn vrijwel altijd meerdere disciplines
betrokken. Een scherpe afbakening van taken is dan ook moeilijk te
geven. Teambehandeling, waarin onderlinge afspraken helder zijn, is dan
een voorwaarde voor optimale diabeteszorg.
Met name bij de meer complexere problematiek kan een teambenadering
voor patiënten met diabetische voetproblemen zeer nuttig zijn. Door gezamenlijk
vanuit verschillende disciplines naar een patiënt te kijken kan een
optimaal behandelingsplan worden opgesteld. Bij deze teambenadering hebben
vele disciplines een rol. De betrokken beroepsgroepen kunnen bestaan
uit een internist, (vaat)chirurg, orthopedisch chirurg, dermatoloog, revalidatiearts,
orthopedische schoenmaker, podotherapeut, pedicure, gipsverbandmeester,
etc. De lijst is niet volledig. Niet alle disciplines zullen ook gezamenlijk
alle patiënten gemeenschappelijk behoeven te zien. Echter de samenstelling
van een dergelijk voetenteam moet zodanig zijn dat er een bun 75
deling van kennis op dit vlak aanwezig is, en het team moet gemakkelijk en
direct oproepbaar zijn.In meerdere ziekenhuizen is er een dergelijk diabetisch
voetenteam dat zich vooral op een geïntegreerde wijze met de problematiek
van de diabetische voet bezig houdt. Met name ten aanzien van
screening, voorlichting en preventie kan de (diabetes)verpleegkundige en/of
de podotherapeut in een dergelijke setting een belangrijke rol vervullen.
Een voetenpolikliniek wordt door de samenstellers van de richtlijnen diabetische
voet gezien als direct toegankelijk voor zowel patiënten uit de eerste als
de tweede lijn. Zij zal leiden tot een vermindering van het aantal opnamedagen
per patiënt, terwijl ook het aantal amputaties drastisch zal verminderen.
Daarnaast zullen kostenbesparing en voorkomen van onnodig leed gerealiseerd
kunnen worden.
Als uitgangspunten heeft men geformuleerd:
- Snelle verwijzing moet mogelijk zijn bij complicaties aan de voet de
juiste specialist is snel aanwezig
- Snelle realisatie van gewenste schoenaanpassingen
- Continue patiënteducatie
- Heldere afspraken tussen de participanten van het team t.a.v. taakverdeling,
beleid en kwaliteitscontrole
Samenvatting
De zorg van de professional voor de diabetische voet is vooral een preventieve
zorg. Immers, het voorkomen van diabetische ulcera is vele malen beter,
dan het genezen ervan. Preventieve zorg begint bij het hebben van kennis.
Kennis over de risicofactoren en kennis van de screeningswijze. Direct
dient dit gevolgd te worden door vaardigheden. Niet alleen de vaardigheden
om de screening uit te voeren en te interpreteren, maar ook de vaardigheden
om de patiënt te motiveren uw beleid uit te voeren. Preventie en educatie
zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Kortom: K ennis en vaardigheden gaan samen bij de (preventieve)
zorg voor de diabetische voet.
Contactadres:
Margreet van Putten, arts/onderzoeker
Fontys Paramedische Hogeschool Eindhoven
Postbus 347
5600 AH Eindhoven
Email: m.vanputten@fontys.nl
76
Bijlage 1
STANDAARD SCHOENADVIES VOOR DIABETES PATIËNTEN
1. Inspecteer dagelijks uw schoenen, met de hand, op het eventueel aanwezig
zijn van onregelmatigheden (steentje, naden, opgerolde zool e.d.)
2. De hakhoogte van de schoen mag maximaal 2-3 cm zijn; liever geen volledig
platte schoenen dragen
3. Het draagvlak van de schoen (en zeker dat van de hak) dient breed te
zijn
4. De schoen moet op de wreef gesloten kunnen worden door middel van
een veter- of klittenbandsluiting
5. De hiel (= contrefort van de schoen) dient stevig te zijn
6. De schoen moet de juiste lengte, breedte en hoogte (vooral bij het bestaan
van klauwtenen) hebben
7. De schoen mag geen voelbare naden en/of stiksels aan de binnenkant
hebben
8. Koop uw schoenen aan het eind van de middag en niet ’s morgens vroeg
9. Het dragen van sportschoenen is goed voor kwetsbare voeten van reuma
patiënten!
10. Bij twijfel: laat uw schoenen controleren door een podotherapeut
77
Bijlage 2
STANDAARD VOETVERZORGINGSADVIES VOOR DIABETES
PATIËNTEN
Elke diabetes patiënt dient op de volgende punten te letten:
- Dagelijks de voeten inspecteren, ook aan de onderzijde van de voet
(eventueel met behulp van een handspiegel)
- Dagelijks de voeten wassen met lauw water
- De voeten goed afdrogen, ook tussen de tenen, en insmeren met baby-
olie
- Nooit voetbaden nemen indien de huid kapot is, of indien er sprake
is van voetschimmel en/of eczeem
- Nooit op blote voeten lopen indien er sprake is van risicovoeten
- Nagels recht afknippen
- Wollen of katoenen sokken dragen, zonder naden over de tenen
- Panty’s binnenste buiten dragen, zodat de naden niet in de voet
drukken
- Hulp inroepen van een professional (= podotherapeut of pedicure
met diabetes aantekening), indien de voetverzorging niet meer zelf
gedaan kan worden
- Jaarlijks de voeten laten screenen op risicofactoren
78
|